Jezus geeft zichzelf aan ons in de
Eucharistie als geestelijk voedsel, omdat Hij van ons houdt. Gods gehele
plan van onze redding is gericht op onze deelname aan het leven van de
Drie-eenheid, de gemeenschap van Vader, Zoon, en Heilige Geest. Onze
deelname in zijn leven begint bij ons doopsel, wanneer wij door de
kracht van de Heilige Geest verenigd worden in Christus, en zo als zonen
en dochters van de Vader aangenomen worden. Het is versterkt en gegroeid
door ons Vormsel, gevoed en verdiept door onze deelname aan de
Eucharistie. Door het eten van het Lichaam en het drinken van het Bloed
van Christus in de Eucharistie worden we verbonden met de persoon van
Christus door zijn mensheid. “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,
blijft in Mij en Ik in hem” (Joh. 6,56). Door het verenigd zijn met
het menszijn van Christus, zijn we tegelijkertijd verenigd met zijn
godheid. Onze sterfelijke en vergankelijke natuur wordt omgevormd door
de vereniging met de bron van het leven. “Zoals ik door de Vader die
leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet,
leven door Mij” (Joh. 6,57).
Door verenigd te zijn
met Christus door de kracht van de Heilige Geest die in ons woont, zijn
wij opgenomen in de eeuwige liefdesrelatie tussen de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest. Zoals Jezus van nature de eeuwige Zoon van de Vader
is, zo worden wij zonen en dochters van God door aanneming in het
sacrament van de Doop.
Door het sacrament van de Doop en het Vormsel,
zijn wij tempels van de Heilige Geest, die in ons woont, en door zijn
verblijf worden wij heilig door de gave van de heiligmakende genade. De
ultieme belofte van het evangelie is dat wij zullen delen in het leven
van de Heilige Drie-eenheid. De Kerkvaders noemen deze deelname in het
goddelijke leven “theosis”. We zien dus dat God ons niet louter
goede dingen vanuit de hoge zendt; in plaats daarvan, worden wij geleid
in het verborgen leven van God, de gemeenschap tussen de Vader, de Zoon
en de Heilige Geest. In de viering van de Eucharistie (wat
‘dankzegging’ betekent) prijzen en verheerlijken wij God voor zijn
verheven gift.