|
14. Waarom spreken wij op meer dan één wijze van het “Lichaam van Christus”? |
|
|
Ten eerste verwijst het
Lichaam van Christus naar het menselijke lichaam van Jezus Christus, die
het Goddelijk Woord is wat is vleesgeworden. Ten tweede, zoals de H. Paulus ons leert in zijn brieven waar hij de analogie van het menselijk lichaam gebruikt, is de Kerk het Lichaam van Christus, waarin vele leden zijn verenigd met Christus aan het hoofd (1 Kor. 10,16-17, 12,12-31; Rom. 12,4-8). Naar deze werkelijkheid wordt regelmatig verwezen als het Mystieke Lichaam van Christus. Allen die verenigd zijn met Christus, de levenden en de doden, zijn verbonden als één Lichaam in Christus. Dit verbond is niet iets wat met het menselijke oog gezien kan worden, want het is een mystiek verbond, tot stand gebracht door de kracht van de Heilige Geest. Het Mystieke Lichaam van
Christus en het Eucharistische Lichaam van Christus zijn onafscheidelijk
verbonden. Het werk van de Heilige
Geest in de viering van de Eucharistie is tweevoudig op een wijze die
overeenkomt met de tweevoudige betekenis van “Lichaam van Christus”.
Aan de ene kant is het door de kracht van de Heilige Geest dat de verrezen
Christus en zijn offerdaad tegenwoordig wordt. Hierdoor kunnen we zien dat de viering van de Eucharistie ons niet alleen verenigt met God als individuen die van elkaar gescheiden zijn. Veeleer zijn we verenigd in Christus tezamen met alle andere leden van het Mystieke Lichaam. De viering van de Eucharistie zou onze liefde voor elkaar daarom moeten vergroten en ons herinneren aan de verantwoordelijkheden tegenover elkaar. Bovendien, als leden van het Mystieke Lichaam van Christus hebben we de verantwoordelijkheid het Goede Nieuws van Christus niet alleen in woorden te vertellen, maar ook in hoe wij ons leven leiden. Ook hebben we de verantwoordelijkheid tegenwerking te geven aan alle krachten in onze wereld die het Evangelie bestrijden, inclusief alle vormen van onrechtvaardigheid. De Katechismus van de Katholieke Kerk leert ons: “De Eucharistie stelt ons voor verplichtingen tegenover de armen: om in waarheid het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen , die voor ons werd overgeleverd, moeten wij Christus herkennen in de armen, zijn broeders en zusters” (nr. 1397). |
|