Omdat onze zonden het voor ons onmogelijk
zouden hebben gemaakt te delen in het leven van God, werd Jezus
Christus gezonden om dit obstakel weg te nemen. Zijn dood was een
opoffering voor onze zonden. Christus is “het Lam van God dat de
zonde van de wereld wegneemt” (Joh. 1,29). Door zijn dood en
verrijzenis, overwon Hij zonde en dood, en verzoende ons met God. De
Eucharistie is de gedachtenis aan deze opoffering. De Kerk komt bijeen
om het offer van Christus te gedenken en voor te houden, waarin we
delen door het handelen van de priester en kracht van de Heilige
Geest. Door de viering van de Eucharistie zijn we verenigd met het
offer van Christus en ontvangen zijn onuitputtelijke weldaden.
Zoals in de Brief aan de
Hebreeën is uitgelegd, is Jezus de enige eeuwige hogepriester die
altijd leeft om voorspreker te zijn van de mensen voor de Vader. Op deze
wijze overtreft Hij de vele hogepriesters die gedurende vele eeuwen
gewoon waren offers voor de zonden aan te bieden in de tempel van
Jeruzalem. De eeuwige hogepriester Jezus offert het perfecte offer dat
hijzelf is, niet iets anders. “Het bloed van zijn offer is zijn eigen
bloed, niet dat van bokken en kalveren. Zo is Hij het heiligdom
binnengegaan, eens voor altijd, en heeft Hij een eeuwige verlossing
verworven” (Hebr. 9,12).
Jezus’ handelen
behoort tot de menselijke geschiedenis, want Hij is waarlijk mens en is
de geschiedenis ingegaan. Tegelijkertijd echter is Jezus Christus de
Tweede Persoon van de Heilige Geest; Hij is de eeuwige Zoon, die niet is
begrensd door tijd of geschiedenis. Zijn handelen gaat de tijd te boven,
wat deel is van de schepping. “De tent van zijn priesterschap is
groter en volmaakter dan de vorige: ze is niet gemaakt door mensenhand,
dat wil zeggen, ze behoort niet tot onze geschapen wereld” (Hebr.
9,11). Jezus de eeuwige Zoon van God deed zijn offerdaad in
tegenwoordigheid van zijn Vader, die leeft in eeuwigheid. Jezus’ ene
perfecte opoffering is zo eeuwig tegenwoordig voor de Vader, die het
voor eeuwig accepteert. Dit betekent dat Jezus zich in de Eucharistie
niet telkens opnieuw offert. Veeleer wordt door de kracht van de Heilige
Geest zijn ene eeuwige offer opnieuw aangeboden, tegenwoordig gesteld,
zodat wij erin mogen delen.
Christus hoeft de hemel
– waar Hij is - niet te verlaten om bij ons te zijn. Veeleer nemen wij
deel aan de hemelse liturgie waar Christus altijd voor ons bemiddelt en
zijn offer aanbiedt aan de Vader en waar de engelen en de heiligen
constant God eren en dankzeggen voor al zijn gaven: “Aan Hem die
gezeten is op de troon en aan het Lam zij de lof en de eer en de roem en
de kracht in de eeuwen der eeuwen” (Openbaringen 5,13). Zoals de Katechismus
van de Katholieke Kerk zegt, “tenslotte verenigen wij ons door de
Eucharistieviering nu reeds met de hemelse liturgie en lopen wij vooruit
op het eeuwig leven, wanneer God alles in allen zal zijn” (nr. 1326).
De proclamatie van het Sanctus, “Heilig, heilig, heilig, de
Heer…..”, is het lied van de engelen die in Gods tegenwoordigheid
zijn (Jes. 6,3). Wanneer wij in de Eucharistie het Sanctus uitspreken,
herhalen wij op aarde het lied van de engelen wanneer zij God in de
hemel aanbidden. Tijdens de Eucharistieviering gedenken wij niet
simpelweg een gebeurtenis uit de geschiedenis. Veeleer wordt door het
mystieke handelen van de Heilige Geest in de Eucharistieviering het
Paasmysterie van de Heer gelijktijdig tegenwoordig gesteld aan de Bruid
de Kerk.
Bovendien zijn wij in de
Eucharistische vertegenwoordiging van Christus’ eeuwige offer voor de
Vader, niet enkel toeschouwers. De priester en de aanbiddende
gemeenschap zijn op verschillende wijze actief in het Eucharistische
offer. De gewijde priester die aan het altaar staat, vertegenwoordigt
Christus als hoofd van de Kerk. Alle gedoopten, als leden van
Christus’ Lichaam, delen in zijn priesterschap, zowel als priester en
als slachtoffer. De Eucharistie is zo het offer van de Kerk. De Kerk,
die het Lichaam en de Bruid van Christus is, deelt in het heilige offer
van haar Hoofd en Bruidegom. In de Eucharistie wordt het offer van
Christus het offer van alle ledematen van zijn Lichaam, die verenigd met
Christus één heilige offerande vormen (zie KKK
1368). Zoals het offer van Christus sacramenteel tegenwoordig wordt
gesteld, verenigd met Christus, bieden wij onszelf aan als offer aan de
Vader. “De gehele Kerk oefent de rol van priester en slachtoffer
tezamen met Christus, door het aanbieden van het Heilig Misoffer en
zichzelf daarin compleet geofferd" (zie Mysterium Fidei, nr. 31; Lumen
Gentium, nr. 11).