|
Hoewel het mogelijk is om
al het geconsacreerde brood te nuttigen tijdens de H. Mis, wordt er
gewoonlijk wat bewaard in het tabernakel. Het Lichaam van Christus onder
de gedaante van brood dat na de H. Mis wordt bewaard of ‘gereserveerd’
wordt gewoonlijk genoemd “het Allerheiligst Sacrament”. Er zijn
verschillende pastorale redenen om het Heilig Sacrament te bewaren. Ten
eerste wordt het gebruikt voor uitdelen aan de stervenden, de zieken, en
aan hen die een legitieme reden hebben om niet bij een viering van de
Eucharistie aanwezig te kunnen zijn. Ten tweede wordt het Lichaam van
Christus in de vorm van brood aanbeden wanneer het uitgesteld wordt, zoals
in de rite van de Eucharistische uitstelling en aanbidding, wanneer het
wordt gedragen in processies, of wanneer het eenvoudig geplaatst is in het
tabernakel, waarvoor mensen in stilte persoonlijk bidden. Deze devoties
zijn gebaseerd op het feit dat Christus zelf tegenwoordig is onder de
gedaante van brood. Vele heilige mensen zoals de Zalige Titus Brandsma, H.
Lidwina van Schiedam, H. Pius X en H. Theresia van Lisieux beoefenden
grote persoonlijke devotie aan Christus in het Allerheiligst Sacrament. In
de Oosterse Katholieke Kerken wordt de aanbidding aan het bewaarde Heilige
Sacrament het meest beoefend in de Goddelijke Liturgie van de
voorafgeheiligde gaven, geofferd in de weekdagen van de Vastentijd. |